Mijn kind luistert niet!

Hij is twee en ik stop hem voor het eerst in bed.

‘Ik wil mijn slaapzak niet aan.’ zegt hij.

‘Dat snap ik. We gaan eerst een boekje lezen en dan je slaapzak aan doen.’ zeg ik.

Overdag, als ik kom, hebben we dit soort gesprekken wel vaker. En zoals verwacht roept hij, ‘Neee, dat wil ik niet!’

‘Waarom wil je dat niet?’

‘Ik wil mijn sloffen niet uitdoen.’

Ik kijk naar zijn nieuwe, prachtige muizen sloffen. Net die week gekregen van zijn opa en oma.

‘Ah, dat snap ik. Het zijn ook prachtige sloffen. Zo zacht zien ze er uit! Mag ik eens voelen?’

Hij knikt en met een vinger strijk ik over het vilt. Al snel volgen zijn kleine vingers de mijne.

‘Precies zo zacht als ik dacht.’

Ik strijk nog een laatste keer langs een van de muizen oren.

‘Als we in bed gaan slapen doen we wel de sloffen uit.’ zeg ik. ‘Morgen ochtend kan je ze weer aan doen.’

Een boze frons ontstaat tussen zijn kleine wenkbrauwen.

‘Gister mocht dat wel.’

Ik frons ook mijn wenkbrauwen, ernstig kijk ik naar zijn sloffen.

‘Ah ja, bij papa en mama mogen weer andere dingen dan bij mij. Jammer hé.’

‘Maar dan krijg ik koude voeten.’ beargumenteert hij.

‘Dan kan je sokken aan doen.’ los ik op.

‘Dat wil ik niet.’ zegt hij.

‘Dan hou je blote voeten.’ stel ik vast.

‘Dat wil ik niet.’ houdt hij vast.

‘Je mag kiezen voor sokken of blote voeten. Ik ga even het boek pakken en dan ben ik zo terug.’ zeg ik.

Hij blijft naar zijn sloffen kijken terwijl ik op sta en naar beneden loop voor het boek wat we daar hadden laten liggen.

Onder aan de trap tel ik tot tien voordat ik naar boven loop.

Hij zit op zijn bed met blote voeten, de sloffen naast hem op de grond.

Ik moet een glimlach onderdrukken en zeg zo neutraal mogelijk, ‘kijk ik heb het boek gevonden.’

‘Ja die wilde ik!’ roept hij en zijn blote voeten verdwijnen onder de deken terwijl hij zich in zijn bed nestelt.

Het is enorm lastig als je kind niet wil luisteren, zeker als het net voor bedtijd is. En voor je kind net zo goed. Die is moe, moet gaan slapen waar hij vaak geen zin in heeft en juist dan wil hij dan iets heel graag waarop jij nee zegt. Hoe frustrerend is dat?!

En hoe makkelijk om beide in een machtsstrijd te belanden? Allebei hou je je stevig vast aan wat je wil: je kind wil het wél, jij niet (of andersom). Het is garantie voor boze buien, tranen en een steeds kortere avond voor jezelf.

Waarom kan weggaan dan werken?

Stel je voor: je bent moe, je werkgever komt naar je toe een geeft je een ontzettende stomme klus. En zegt, hoe moe je ook bent, je moet het nu doen.

Je bent je natuurlijk maar al te goed bewust van de machtsverhouding tussen jou en je werkgever, je baas. Maar tegelijkertijd voel je je eigen weerstand. En heel eerlijk, als je volop in je chagrijn zit om die stomme opdracht, hebben de argumenten van je baas dan zin? En hebben jouw eigen argumenten zin als je baas al heeft besloten dat jij deze taak moet doen?

Wat is dan het fijnste in deze situatie? Dat je baas blijft kijken en beargumenteren waarom je die taak nu moet doen? Of dat hij je even ruimte geeft. Je krijgt ruimte om zelf je weerstand te doorvoelen en te kiezen wat je wil doen. Wel of niet.

Jij en je kind zitten ook in een machtsverhouding

Dus je kan je kind letterlijk ruimte geven door even weg te gaan. Zolang je kind in de weerstand zit, kan hij met iedereen in een machtsstrijd belanden, hij zit in zijn emotie en denkt niet rationeel na over wat jij zegt, ook al beargumenteert hij voor zijn eigen kant. Maar wanneer er niemand is, geef je je kind de kans om door de weerstand te werken en/of zich er overheen te zetten.

En het is normaal dat je kind weerstand voelt en de machtsstrijd aangaat

Weerstand voelen, ergens geen zin in hebben en een mening hebben, zijn allemaal normale dingen die ook elke volwassenen voelt.

Kinderen dus ook. Ze ervaren het gevoel en leren zich uit te spreken. Het enige is dat kinderen nog niet goed hun denkende brein en hun emotie tegelijkertijd kunnen voelen. Het is vaak nog het één of het ander. Dus wanneer ze volop die weerstand voelen, ook al beargumenteren ze hun eigen kant, zitten ze volop in hun emotie en kunnen ze niet rationeel jouw argumenten aannemen en dus naar je luisteren.

Dus kan het helpen om ruimte te geven

De bron van de weerstand, namelijk jij als ouder die wil dat je kind iets doet, verdwijnt.

En soms ook de weerstand van je kind.

Maar hoe doe je dat?

1. Je merkt dat je kind in de weerstand zit: hij argumenteert en luistert niet naar jou.

2. Je communiceert de mogelijkheden die je kind heeft

Blote voeten of sokken

3. Dan geef je je kind ruimte

Een smoes helpt hierbij vaak.

Je moet opeens even naar de wc of bent wat vergeten te pakken voor het bedtijdritueel.

Kom je dan altijd terug met je kind die voorbeeldig heeft geluisterd?

Nee, soms is de weerstand in je kind zo groot dat iets anders nodig voor is.

Wat kan er dan nodig zijn? Lees…

 

In Yente voedt op in de praktijk

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *